Diensten:
voedings-
voorlichting en dieetadvisering

 
Home
 

Disclaimer

Colofon

Zoekalfabet

Handige adressen

Eet- en andere weetjes

Is het zinvol suikervrije producten te gebruiken?
Het gebruik van suikervrije producten (sorbitolbevattend, zoals gebak, stroopwafels en chocolade) is af te raden. Dit omdat de producten vaak net zoveel calorieën leveren als het ‘gewone’ product (dus ook om af te vallen niet zinvol) en vaak veel meer slechte vetten bevatten dan het ‘gewone’ product.
Verder is het vaak niet zo smakelijk, erg duur en het product is nooit helemaal suikervrij/ koolhydraatvrij. Wilt u weten hoe u een extraatje inpast, overleg dan met een diëtist.
Light producten (zoals frisdrank en zuivel) zijn gezoet met andere soorten zoetstoffen, deze passen vaak wel goed in een energiebeperkt-, of diabetesdieet. In verschillende voedingsmiddelen zijn zoetstoffen verwerkt, denk maar eens aan zoetjes, melkproducten, hoestdranken, drop, sapjes etc.

De veilige hoeveelheid lightfrisdrank is door het voedingscentrum gesteld op de onderdstaande hoeveelheden. Dit is de hoeveelheid wanneer u geen andere producten zoals zoetjes, zuivel, siroop, suikervrije hoestdrank, suikervrije kauwgom, suikervrije snoep etc.

zoetstof

maximaal aantal liter light-frisdrank per dag voor kinderen 4-8 jaar (25 kg)*

maximaal aantal liter light-frisdrank per dag voor kinderen 8-12 jaar (30-50 kg)

maximaal aantal liter light-frisdrank per dag voor volwassenen (65 kg)

Acesulfaam K

1.1 (4 glazen)

1.3 – 2.1 (5 tot 8 glazen)

2.8 (11 glazen)

Aspartaam

1.7 (7 glazen)

2.0 – 3.3 (8 tot 13 glazen)

4.3 (17 glazen)

Cyclamaat

0.7 (3 glazen)

0.8 – 1.4 (3 tot 6 glazen)

1.8 (7 glazen)

Saccharine

1.6 (6 glazen)

1.9 – 3.1 (8 tot 12 glazen)

4.1 (16 glazen)

Sucralose

1,3 (5 glazen)

1,6-2,7 (6 tot 11 glazen)

3,5 (14 glazen)

* 1 glas is ongeveer 0,25 liter, een blikje 0,33 liter

Terug naar vorige pagina Naar begin van deze pagina

Wat moet ik elke dag eten?

Kleinste hoeveelheden voor vrouwen
De hoeveelheden zijn opgesteld voor verschillende leeftijdsgroepen. Per leeftijdsgroep gelden de kleinste hoeveelheden voor de vrouwen en de grootste voor de mannen. Bij alle genoemde hoeveelheden gaat het om het gewicht van producten zoals ze worden gegeten. 

Basisvoeding: Gemiddeld aanbevolen hoeveelheden voedingsmiddelen per dag.

 

1 tot 4 jaar

4 tot 12 jaar

12 tot 20 jaar

Brood

1-3 sneetjes

(35-105 gram)

3-5 sneetjes (105-175 gram)

5-7 sneetjes

(175-245 gram)

Aardappelen (of rijst, pasta, peulvruchten)

75 gram

1,5 aardappel of opscheplepel rijst/pasta

/peulvruchten

100-150 gram

2-3 aardappels of opscheplepels rijst/pasta

/peulvruchten

200-250 gram

4-5 aardappels of opscheplepels rijst/pasta

/peulvruchten

Groente

75 gram (1-2 groentelepels)

150 gram (3 groentelepels)

200 gram (4 groentelepels)

Fruit

1,5 vrucht

(150 gram)

2 vruchten

(200 gram)

2 vruchten

(200 gram)

Zuivel

300 ml melk(producten) en

10 gram kaas
(½ plak)

300-450/600 ml*) melk(producten) en 10-20 gram kaas (½ - 1 plak)

500 ml melk(producten) en

20 gram kaas (1 plak)

Vlees(waren), vis, kip, ei of vleesvervangers

50 gram

50-100 gram

100-120 gram

Halvarine, margarine, bak- en braadproducten

15 gram

15-35 gram

20-30 gram

Dranken

0,8 liter

1-1,5 liter

1,5 liter

*) De kleinste hoeveelheden gelden voor de jongste kinderen. Voor de oudere kinderen in deze groep geldt 450-600 ml.

 

20 tot 50 jaar

50 tot 70 jaar

70+-ers

Brood

5-7 sneetjes (175-245 gram)

4-6 sneetjes

(140-210 gram)

3-4 sneetjes (105-140 gram)

Aardappelen (of rijst, pasta, peulvruchten)

150-250 gram 3-5 aardappels of opscheplepels rijst/pasta

/peulvruchten

150-200 gram

3-4 aardappels of opscheplepels rijst/pasta

/peulvruchten

100-150 gram 2-3 aardappels of opscheplepels rijst/pasta

/peulvruchten

Groente

200 gram (4 groentelepels)

200 gram (4 groentelepels)

150 gram (3 groentelepels)

Fruit

2 vruchten

(200 gram)

2 vruchten

(200 gram)

2 vruchten

(200 gram)

Zuivel

400 ml melk(producten) en 20 gram kaas (1 plak)

500 ml melk(producten) en

20 gram kaas (1 plak)

550 ml melk(producten) en 20 gram kaas (1 plak)

Vlees(waren), vis, kip, ei of vleesvervangers

100-120 gram

100-120 gram

100-120 gram

Halvarine, margarine, bak- en braadproducten

20-35 gram

20-35 gram

25-35 gram

Dranken

1,5 liter

1,5 liter

1,7 liter

Terug naar vorige pagina Naar begin van deze pagina

Wat is beter, verse groente of kant en klaar?
In diepvriesgroenten zitten net zoveel vitaminen en mineralen als in verse groente. In voorgesneden groente zit iets minder vitamine C. Voorgesneden groenten zijn te bewaren tot de ‘tenminste houdbaar tot’ datum op de verpakking. Als de verpakking open is, is de groente alleen dezelfde dag nog te gebruiken. In blik- en potgroente zit iets minder vitamine C en kalium. In blikgroente zit vaak ook iets meer zout. Toch blijven dit nog altijd goede alternatieven voor als u bijvoorbeeld niet zoveel tijd heeft. Bij het koken van groente kunnen veel vitaminen verloren gaan. Dit voorkomt u zoveel mogelijk door de groente kort te koken met een klein bodempje water (anders gaan de vitaminen in het kookwater verloren). Blik- en potgroenten zijn al gaar, deze hoeft u alleen nog even kort te verwarmen. Niet koken want anders gaan de vitaminen verloren.
Terug naar vorige pagina Naar begin van deze pagina

Hoe ontstaat het jojo-effect?
De meeste diëten zijn gebaseerd op óf een vermindering van het aantal calorieën óf een verandering in verbranding (bijv. alleen koolhydraten als brandstof en weinig vet en eiwitten).
Dit levert over het algemeen ingewikkelde of zeer afwijkende eetpatronen op. Op korte termijn zorgt dit meestal wel voor een gewichtsvermindering, op lange termijn is het resultaat vaak weer verdwenen.
Dit komt omdat een zeer afwijkend eetpatroon vaak niet vol te houden is. De “lijner” wordt in een uitzonderingspositie geplaatst, moet speciale producten aanschaffen, apart koken en kan niet gewoon meedoen op verjaardagen en feestjes. Voor een paar weken is deze uitzondering niet erg, maar de meeste mensen zien het niet zitten om dit voor de rest van hun leven te doen. Het resultaat is dat het oude eetpatroon weer opgepakt wordt waar niets aan veranderd is, met alle gevolgen vandien.
Daarnaast is afvallen voor een lichaam een zeer onnatuurlijke situatie. Het lichaam zal er dan ook alles aan doen om niet af te vallen. Een eerste wapen in de strijd is een hongergevoel of zoetbehoefte creëren. Ook stemmingswisselingen of zelfs depressiviteit horen hierbij. Allemaal om te zorgen dat de lijner weer meer gaat eten. Ten tweede gaat het lichaam wat langzamer verbranden om langer met minder energie toe te kunnen en niet de vetreserves aan te hoeven spreken. Dit zorgt ervoor dat de lijner steeds minder moet eten om toch af te vallen.
Terug naar vorige pagina Naar begin van deze pagina

Werken wonderdiëten of afslankpillen en -poeders?
U kent ze wel de kreten in de advertenties voor afslankmiddelen. Afvallen zonder veel moeite, is wat we allemaal wel willen. Maar afvallen is echter erg moeilijk. Afslankpillen, -poeders, -spuiten, -kuren, en -clubs hebben op korte termijn vrijwel altijd een vermagerend effect, maar op de langere termijn zijn de resultaten vaak bedroevend. Dat komt vooral doordat men niet leert eetgewoonten te verbeteren.
De meeste "wonderkuren" zijn ook niet lang vol te houden, omdat ze eentonig zijn en niet lekker smaken. Meestal leveren ze onvoldoende essentiële voedingsstoffen, hetgeen niet bevorderlijk is voor de gezondheid. Aanvullen met vitamine-pillen is hier ook geen oplossing voor.
Na korte of langere tijd vervalt 80-90% weer in de oude eetgewoonten, en zitten de kilo's er - jammer genoeg - meestal zo weer aan. Afvallen en het goede resultaat behouden kost altijd moeite.
Terug naar vorige pagina Naar begin van deze pagina

Wat is een gezond gewicht?
Om uw gewicht te kunnen beoordelen zijn verschillende methoden voor handen. Bijvoorbeeld de Quetelet-Index (QI). De Quetelet-index wordt berekend door het gewicht (in kg) te delen door het kwadraat van de lichaamslengte (in m).

gewicht (kg)
----------------- =
lengte (m)²

Q.I. minder dan 20 mager
Q.I. 20-25 gezond gewicht
Q.I. 25-27 neiging tot overgewicht
Q.I. 27-30 overgewicht
Q.I. 30 of meer overgewicht met gezondheidsrisico's
Terug naar vorige pagina Naar begin van deze pagina

Middelomtrek
Ook de middelomtrek is belangrijk. Wanneer de omtrek van de buik erg groot is, spreken we van de zogenaamde appelvorm. Dit zien we vaker bij mannen. Zit het vet vooral bij de heupen en de billen, dan spreken we van de peervorm. Dit zien we vaker bij vrouwen. De appelvorm ('mannelijke vorm') blijkt meer gezond-heidsrisi-co's te vormen dan de peervorm. Vooral voor mannen is het dus belangrijk om bij overgewicht wat aan het 'buikje' te doen.

Mannen < 102 cm
Vrouwen < 88 cm
Terug naar vorige pagina Naar begin van deze pagina

Hoe bepaal ik mijn streefgewicht?
Wanneer u uw streefgewicht wil bepalen, berekent u eerst uw Q.I. Vervolgens berekent u wat u zou moeten wegen om een Q.I. van 20 en 25 te hebben (minimum en maximumgewicht).

Als uw lengte bijvoorbeeld 1.68 m is, gaat de berekening als volgt:
Q.I. 20 = 1.68 x 1.68 x 20 = 56 kg
Q.I. 25 = 1.68 x 1.68 x 25 = 70 kg

Vervolgens gaat u kijken wat haalbaar is om af te vallen. U weet bijvoorbeeld uit ervaring dat u af kunt vallen tot 75 kg, maar dat het daarna heel moeilijk er af gaat. Uw streefgewicht is dus voorlopig 75 kg. Als het zo ver is, kunt u opnieuw bekijken wat te doen.

Kies een streefgewicht dat niet te ver af ligt van uw huidige gewicht. De kans op ontmoediging is zo kleiner en t.z.t. kan het gewicht altijd bijgesteld worden. Stel in overleg met de diëtist uw streefgewicht vast! Een gewichtsverlies van 5 kilo kan al veel gezondheidswinst opleveren.
Terug naar vorige pagina Naar begin van deze pagina

Hoe voorkomt u veel voorkomende klachten bij afvallen?
Het kan zijn dat u zich aan het einde van de morgen of middag moe gaat voelen of hoofdpijn krijgt. Een onjuiste verdeling van de maaltijden over de dag kan hier de oorzaak van zijn. Wanneer u met hoofdpijn opstaat kan het zijn dat u de avond ervoor niets gegeten of gedronken heeft. Een andere oorzaak van hoofdpijn kan zijn: te weinig drinken. Ook een gebrek aan ijzer in het bloed kan deze klachten geven. Een ander veel voorkomend probleem bij afvallen is een vertraagde stoelgang, ofwel obstipatie. Dat komt doordat u minder voedsel, en vet, binnenkrijgt. Uw lichaam produceert minder ontlasting. Bij problemen kunt u de volgende maatregelen nemen:
- Zorg in ieder geval dat u voldoende drinkt; minstens 1,5 liter vocht. Dat helpt om de ontlasting soepel te houden en de afvalstoffen van de afbraak van vet goed af te voeren.
- Gebruik volop vezelrijke voedingsmiddelen, zoals brood, aardappelen, groente, volkorenproducten,
goed over de dag verdeeld. Vezels zijn nodig om de darm goed te laten functioneren en om de
ontlasting soepel te houden, zodat deze beter door de darmen wordt gevoerd.
Terug naar vorige pagina Naar begin van deze pagina

Wat zijn goede en slechte vetten?
In de voeding zitten verschillende soorten vetten, goede en slechte. De goede vetten worden ook wel onverzadigde vetten genoemd en de slechte, verzadigde vetten. Slechte vetten zetten zich af aan de bloedvatwand en goede vetten maken het bloedvat als het ware ‘schoon’.
De goede vetten zitten met name in oliën, vloeibare bak- en braadvetten, smeerbare halvarines of margarines, vis en noten. Deze vetten leveren vetoplosbare vitamines en energie.
De slechte vetten zitten met name in roomboter, harde bak- en braadboter, vette vleeswaren, volle zuivelproducten, 48-60+ kaas, koek, gebak, snacks en chocolade.

e-mail

Terug naar vorige pagina
Naar begin van deze pagina

•Informatie
Eetweetjes

 
ijsselmeer 30
3332 ex zwijndrecht